Ik neem aan dat iedereen de afkorting WVA kent sedert ene Wout van Aert recent op magistrale wijze de wielerklassieker Parijs-Roubaix op zijn naam schreef. Heel Vlaanderen en niet enkel de fervente koersliefhebber juichte deze overwinning toe en menigeen pinkte een traan van vreugde en bewondering weg. Deze zege straalde iets groters uit dan een zuiver sportief succes en de ‘case WVA’ is wellicht ook inspirerend voor HR! Waarom spreekt Wout zoveel mensen aan?
Vooreerst was er de droom om Parijs-Roubaix te winnen. Hij formuleerde jaren geleden al die droom en bleef die -ondanks vele tegenslagen- onverminderd najagen. Hij zette daarvoor niet enkel zijn fysieke troeven in maar ook zijn generieke vaardigheden zoals doorzettingsvermogen, ondernemingszin, communicatievermogen en samenwerkingszin. Dat leert ons dat het de moeite loont om een ambitieuze doelstelling te hebben en alle vermogens en vaardigheden in te zetten om die doelstelling te bereiken en zich niet te laten afschrikken door minder gunstige externe factoren.
Verder is WVA ook een echte teamplayer … vrij uniek in een competitieve sector waar individuele erelijsten primeren. Zo schonk hij soms de zege weg aan een ploegmaat ook al was hijzelf de sterkste in de koers. Dat is ongezien. Maar het teamgevoel van ‘samen sterk’ was voor Wout geen holle slogan. Je zag het ook in de wijze waarop hij de ‘verborgen teamleden’ zoals zijn verzorgers en mecaniciens bij zijn overwinning betrok. Dat geeft aan hoe belangrijk teamwerking is, welke rol een leidinggevende kan spelen in het versterken van het teamgevoel en hoe je daarbij ook oog moet hebben voor alle -ook de indirecte of ondersteunende- medewerkers.
Opvallend is eveneens hoe WVA zijn gezin, ouders en naaste vrienden onmiddellijk laat deel uitmaken van zijn succes. Niet de journalisten of de wielerbobo’s krijgen de eerste aandacht als hij over de finish komt, wel zijn vrouw en kinderen. Zo toont hij aan hoe belangrijk het is om een goede balans te hebben tussen professionele en familiale inzet. Die balans verzekert ook zijn sportieve loopbaan.
Tot slot verwijs ik naar zijn finishgebaar waarbij hij zijn zege opdraagt aan zijn vriend en collega Michael Goovaerts die enkele jaren geleden het leven liet tijdens Parijs-Roubaix. Daarmee plaatst hij zijn persoonlijk sportief succes in een bredere en waarden-gerichte context. Dat moet er ons toe aanzetten om waarden én normen steeds voorop te zetten in HR-beleid … ook bij een ongunstige economische conjunctuur of bij politieke beslissingen die bijvoorbeeld inclusie of werkgeluk in de weg staan. Bij HR staat de mens immers in zijn ‘heelheid’ centraal.